Recentelijk fietste het bericht door de media dat in Nederland op dit moment een tekort is van 50.000 scheidsrechters. Een schreeuwend tekort dus op sportvelden en in zwembaden. Naar de oorzaken daarvan kunnen we enkel gissen.
Wellicht heeft het te maken met de drukke agenda in menig gezin waar man en vrouw elk een eigen job nagaan en er niet veel tijd en energie overblijft om buiten het gezin nog tijd te investeren in de gemeenschap.
Ook is natuurlijk mogelijk dat de rol van de scheidsrechter zwaarder is geworden. Als we tenminste het spotje van de overheid op de televisie mogen geloven, dat de assertiviteit van spelers, maar ook van de toeschouwers, zodanig is toegenomen, dat scheldpartijen en agressie in het veld en vanaf te zijlijn niet langer een zeldzaamheid zijn. Ook in de richting van de scheidsrechter.
Enerzijds lijkt het natuurlijk een groot goed, dat onze vrijheid als persoon is toegenomen, en dat ieder mág en kán zeggen wat hij denkt. Anderzijds verbrokkelt een gemeenschap als ieder zegt: “ik vind, ik denk, ik meen, ik geloof...” en het daarbij zou blijven!