| |
Dagelijks ben ik bezig professionals en managers in de zorg te prikkelen de kwaliteit van de zorg te verbeteren. U wilt van mij aannemen dat dit veel weg heeft van een tragikomedie. Geleerde witte jassen en daarnaast reddende witte schorten en broekpakken die vragen of we goed geslapen hebben en mokken dat het veel te druk is. En dan de grijze pakken en mantelpakjes die bang van bloed zijn en daarom vertellen aan anderen, dat het allemaal veel beter zal gaan als je maar aan hen rapporteert. Maar één ding weten ze samen zeker: beter dan dit kan het niet en als dat niet goed genoeg is, dan ligt het aan de ander.
En dan Sven Kramer, nog na aan het hijgen van zijn kersverse wereldrecord op de 10 kilometer, wordt geïnterviewd en neemt verlegen blij de felicitaties van de reporter in ontvangst. Hij glundert want dat heeft ie ‘m toch maar weer gefikst. En Sven, kun je nou nog harder? Ach, zegt Sven, veel ging er goed, maar ik zie ook wel wat verbeterpunten... En dan over zijn allround prestaties (hij werd 3e van de wereld). “Ja dat was nog niet zo best, want de 500 en 1500 meter moesten echt veel harder”.
Hoe kan het nu toch zijn dat een van de besten van de wereld vindt dat hij veel beter kan en de magere middenmootjes in de zorg steen en been klagen dat ze aan de grenzen van hun presteren zijn. Het is de lol, de fun, het plezier in het verbeteren, die je de pijn van de tegenslagen doet overwinnen. Het is de spanning van het verbeteren van je PR in plaats van je teveel te bekommeren om de prestaties en verdiensten van je concurrent, maar bovenal laat mensen doen waar ze goed in zijn en leer ze uit eigen beweging en dus niet van boven en buiten af terug te kijken naar de laatste slag, het laatste schot, de laatste operatie, het laatste spreekuur, de laatste maaltijd en bedenk hoe de volgende al weer wat beter kan. Als de zorg maar een ietsepietsie sport was, dan zou de patiënt er glunderend uitzien met verlegen blije gezichten van doktoren, zusters en managers.
Auteur: Marius Buiting (SBM 2-2006) |
|