De oranjegekte is definitief uitgebroken. Opgetrommeld door de hedendaagse tam tams hullen we ons massaal in oorlogskleuren om tegen de vijand ten strijde te trekken. Dat dit kan leiden tot een carnavalesk schouwspel, waarbij de vroegere documentaires over verre volken zoals papua’s en bosjesmannen verbleken, wisten we eigenlijk wel. Maar het kan altijd nog doller.
Een voor de Brabanders zeer bekende bierleverancier, die in zijn reclame-uitingen pretendeert de echte man in ons boven te brengen, maakt het dit jaar het bontst met een heus leeuwenpak compleet met staart. Toen ik de menigte van voornamelijk mannen in deze primitieve knotsgekke uitdossing zag toestromen in de kuip voor een oefenduel, realiseerde ik mij dat een scheidslijn tussen gesticht en samenleving eigenlijk niet meer bestaat. Hoe de wedstrijd verliep, was na een dag oud nieuws, maar de leeuwenpak kwestie kreeg een staartje tot in de rechtbank toe.
Dat voetbal oorlog is, heeft de generaal ons al lang geleden geduid. Maar dat hij daarmee ook een bieroorlog bedoelde, was mij tot op heden onklaar. Wij werden als toeschouwer in een geheel andere arena gevoerd, waar het gevecht woedde tussen bierGoliat Heineken en bierDavid Bavaria. En zoals het gaat in moderne oorlogsvoering: bondgenoot ben je niet uit principe maar omdat je ervoor wordt betaald. Dus de Koninklijke voetbalbond deed voor veel geld graag het vuile werk en ontmande de coole Bavariastrijders al voor zij goed en wel het stadion hadden betreden. Die leeuwenbroek moest uit! Dat daardoor al wat koningen van het dierenrijk in hun onderbroek belandden, maakte de Koninklijke niet uit; voor geld doe je tenslotte alles.
Ach, laten we het allemaal maar niet te serieus nemen. Maar één ding moet me van het hart. Als geld en commercie zo belangrijk worden, dat het gaat afleiden van het echte spelletje en het kijkplezier, is voor mij de lol eraf.
Gelukkig dat de rechter het ook zo zag. Want die leeuwenbroek moest terug. Dus zingen we voortaan: Hup Holland Hup, laat de leeuw niet in zijn hemdje staan!