Er kan er maar één winnen, maar de sport wint altijd. Nu de verkiezingsuitslag bekend is, zou je een boom kunnen opzetten wat dit betekent voor de sport. Mijn analyse: de sport wint altijd!
De grote partijen, of ze nou wonnen of verloren, hebben in hun programma’s meer aandacht aan sport besteed dan ooit tevoren. Allen zijn ze bereid om er meer geld voor uit te trekken, maar wat nog belangrijker is, ze kenmerken de sport allen als een belangrijk maatschappelijk fenomeen met evenzovele mogelijkheden om hogere doelen in onze samenleving te realiseren.
Sport bevordert een gezonde leefstijl, sport voorkomt uitsluiting, sport bevordert integratie, sport geeft een gezicht aan de mogelijkheden van gehandicapten, sport is gemeenschapsvormend en bevordert sociale cohesie, sport leert mensen iets voor de ander over te hebben, sport leert omgaan met verlies. Kortom, sport levert een interessant model op voor de mens, de organisatie, de samenleving van de toekomst.
Maar dan moet sport wel zijn unieke eigen karakteristieken bewaren. Als het net als in de huidige samenleving steeds meer om de knikkers gaat, als er financiële drempels worden opgeworpen zodat grote groepen niet meer kunnen meedoen, als we als club alleen nog maar kunnen overleven door te professionaliseren, als het spel en de sport uit de buurt verdwijnt en zich laat verbannen naar de industrieterreinen van de stad, als de sport steeds afhankelijker wordt van de ambtelijke grillen omdat ze zichzelf afhankelijk heeft gemaakt, dan is de sport en de samenleving van de toekomst de verliezer.
Sport wint altijd, maar dan moet sport wel zichzelf blijven!