Bijna aan de goden gelijk. Het kunnen doorstaan van onmenselijke inspanningen om tot ongeëvenaarde prestaties te geraken: de Olympische sporter. Wat verfoeiden we tot ver in het vorige millennium de staatsamateur en zij die hun talenten benutten voor eigen gewin. Maar zelfs toen ook in de sport de commercie en het grote geld hun intrede deden, behield die topsporter een ongenaakbaar allure. Zijn lichaam kon geassocieerd worden met kaas, één brok gezonde Hollandse traditie, en het topsportteam met een perfect samenspel, waaraan de crème de la crème van het Nederlandse bedrijfsleven zich wilde verbinden.
En nu dan, in de aanloop van weer een Olympisch evenement, wat blijft er van dit imago over. Sporters, die voor Olympiërs doorgaan, flikkeren van skischansen en laten hun kunstschaatspartner uit hun handen zwiepen, omdat ze zo nodig rookworsthandschoenen moeten dragen. De Olympiër op reis pakt zijn Robijntje teddybeer in als wezenlijk onderdeel van zijn equipement. En schaatsers schaatsen zichzelf voorbij: hier lijkt de reclame de seizoensprestaties zelfs te voorspellen.
Jan Mulder, die als sporter, sportverslaggever en columnist werd geprezen om zijn onafhankelijke opstelling en opvattingen laat zich door slechte tekstschrijvers en regisseurs in een potsierlijke reclameserie zijn onkreukbaarheid afnemen. En zelfs mijn oude helden van weleer, Ard Schenk en Kees Verkerk, pikken graag een graantje mee door te verklaren dat ze als schaatsers op weg zijn naar Turijn, omdat ze alsnog gehuldigd willen worden in het Heineken Huis. “Want dat hebben ze in hun tijd zo gemist!” Weer een illusie aan diggelen als wordt afgetiteld met “geniet, maar drink met mate”.
En dan de klapper op de vuurpijl. Een aantal shots van Rintje Ritsma, het lijkt op een aankondiging van een documentaire over de Olympische gedachte, de waarden in de sport of de sport als leerschool van je leven. De inspanningen, de medailles, daar ging het Rintje allemaal niet om… de spanning wordt opgebouwd, waarom dan wel? Het laatste shot: AEGON, waarbij hij mij achterlaat met de knagende gedachte: “oh, om het geld dus”.
Ik begrijp best dat sport en commercie tegenwoordig hand in hand gaan, maar beste sporters, gooi de waardevolle aspecten van jezelf en van je sportprestaties niet zo te grabbel voor wat rotcenten. Hou in eigen hand hoe je geportretteerd wordt. Die jongens van de reclame willen je graag genoeg hebben. Dus is Faust toch niet voor niets geschreven.